Taakstrafverbod

Het taakstrafverbod, wat is dat nu precies?

23 februari 2018

 

Sinds eind 2011 staat er in het Wetboek van Strafrecht een taakstrafverbod. Dat verbod houdt in dat de rechter bij de veroordeling voor bepaalde strafbare niet alleen een taakstraf op mag leggen.

In de wet staat dat dat niet mag als de verdachte wordt veroordeeld tot:
– een misdrijf waar een maximale gevangenisstraf van zes jaar of meer op staat en waarbij er een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer;
– een aantal specifiek genoemde strafbare feiten (bijvoorbeeld het verspreiden van kinderporno);
– een misdrijf terwijl hij of zij in de vijf jaar voordat hij of zij dit nieuwe misdrijf heeft gepleegd voor een zelfde soort strafbaar feit ook al een werkstraf heeft gehad en die ook heeft uitgevoerd.

Er mag in deze gevallen wel een taakstraf worden opgelegd als daarnaast ook nog een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

Het doel van het taakstrafverbod is om te voorkomen dat wanneer iemand wordt veroordeeld voor een ernstige strafbaar feit, er door de rechter “alleen” een taakstraf wordt opgelegd waardoor het beeld kan ontstaan dat de veroordeelde er heel makkelijk vanaf komt.

Voor die redenering is in veel gevallen best iets te zeggen, maar het maakt ook dat maatwerk in specifieke gevallen bijna onmogelijk is. Soms is namelijk een taakstraf veel passender dan een (lange) gevangenisstraf als wordt gekeken naar alle (persoonlijke) feiten en omstandigheden die een rol hebben gespeeld in de zaak.

Als de rechter vindt dat een taakstraf de beste optie is, maar tegen het taakstrafverbod oploopt, wordt dat vaak opgelost door naast de taakstraf een gevangenisstraf van één dag op te leggen. Ook een gevangenisstraf van één dag is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en daarmee handelt de rechter dus niet in strijd met de wet.

Vooral vanuit de politiek (en ook het Openbaar Ministerie) was hier veel kritiek op. De rechters zouden met deze sluiproute niet “in de geest” van de wet handelen en dat moest stoppen. Een gevangenisstraf van één dag is immers eigenlijk nog steeds bijna niets. Bovendien gebeurt het in de praktijk nog wel eens dat die ene dag helemaal niet uitgezeten hoeft te worden en dan blijft dus nog steeds “alleen” de taakstraf over.

In de Valkenburgse zedenzaak, die in 2015 en 2016 veel aandacht in de media heeft gekregen, hebben zowel de rechtbank als het gerechtshof ook veel gebruik gemaakt van deze sluiproute. Veel van de verdachten hebben forse werkstraffen gekregen met daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van één dag.

Het Openbaar Ministerie was het daar ook in die zaak niet mee eens en heeft aan de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland, gevraagd of deze sluiproute nu wel of niet in strijd is met de wet.

De Hoge Raad is heel kort en duidelijk. In de wet staat dat een gevangenisstraf minimaal één dag moet duren en dat als het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf niet meer is dan zes maanden, er naast die gevangenisstraf ook een taakstraf mag worden opgelegd.

Kortom, de sluiproute die door de rechtbanken worden gebruikt door naast een taakstraf een gevangenisstraf op te leggen van één dag is niet in strijd met de wet en gewoon toegestaan.

Het hele arrest van de Hoge Raad is hier terug te lezen en voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ted Kemper.