Het afstaan van DNA bij een veroordeling

Het afstaan van DNA bij een veroordeling

30 maart 2018

 

Al sinds 2005 is er in Nederland een “Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden”. Op grond van die wet moet bij iedereen die wordt veroordeeld voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is (grofweg zijn dat alle misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf van vier jaar of meer staat), DNA worden afgenomen voor de DNA-databank.

Dat iemand veroordeeld moet worden voor een strafbaar feit met een maximale gevangenisstraf van vier jaar of meer, betekent niet dat iemand ook echt een straf van vier jaar of meer moet krijgen om DNA af te moeten staan. Ook als iemand bijvoorbeeld wordt veroordeeld voor een winkeldiefstal en een taakstraf krijgt van 20 uur, moet diegene DNA af staan. Gekeken wordt naar het strafbare feit zoals dat in de wet staat. Op (winkel)diefstal staat een maximale gevangenisstraf van vier jaar of meer. Wordt iemand dus voor dat feit veroordeeld, zal diegene DNA af moeten staan.

Daarbij wordt ook niet gekeken of de veroordeelde in hoger beroep is gegaan of niet. Of de veroordeling wel of niet definitief is, maakt niet uit. Ook als het hoger beroep nog loopt, kan er een oproep komen om DNA af te staan. Pas als in hoger beroep (of na cassatie) blijkt dat iemand toch wordt vrijgesproken of aan één van de hieronder nog te bespreken uitzondering voldoet, wordt het afgenomen DNA weer vernietigd.

Een van de uitzondering wanneer de wet niet van toepassing is, is namelijk wanneer iemand alleen wordt veroordeeld tot een geldboete. Het maakt dan niet uit hoe hoog de maximale gevangenisstraf is voor het feit waarvoor iemand veroordeeld wordt.

Andere uitzonderingen zijn bijvoorbeeld dat geen DNA hoeft te worden afgestaan als dat al een keer eerder is afgestaan of als het gezien de aard van het misdrijf waarvoor iemand wordt veroordeeld of bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, redelijkerwijs niet van belang is om DNA af te staan. Van die laatste uitzondering zal niet snel sprake zijn.

Het afgenomen DNA wordt in eerste instantie geanonimiseerd opgenomen in de databank. Als er dan bij een misdrijf DNA wordt gevonden zonder dat bekend is van wie dat DNA is, kan het worden vergeleken met het DNA in de databank in de hoop dat er een match met een mogelijke verdachte naar voren komt. Pas als er een match is, wordt bekend van wie het DNA in de databank is.

Het gebeurt ook dat er DNA van oude zaken vergeleken wordt met het DNA in de databank om op die manier die zaak op te kunnen lossen of verder te kunnen komen in het onderzoek. Met enige regelmaat levert dat ook iets op. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk Ron P. Ron P. is naar aanleiding van een match in de DNA databank aangehouden en uiteindelijk veroordeeld voor de Puttense moordzaak.

De wet geldt zowel voor minderjarigen als meerderjarigen en het afstaan van DNA kan als een forse inbreuk op iemands privacy worden ervaren. De wet biedt dan ook de mogelijkheid om bezwaar te maken. Niet tegen het afstaan van het DNA zelf, als iemand een oproep krijgt, moet diegene altijd gaan, maar wel tegen het opnemen van het afgenomen DNA in de databank.

Als u in een situatie komt waarin u een oproep krijgt om DNA af te staan en u wilt weten welke mogelijkheden u heeft om in bezwaar te gaan, neemt u dan zo snel mogelijk contact op met Ted Kemper. Een eventueel bezwaar moet namelijk binnen 14 dagen na het afstaan van DNA worden ingediend bij de rechtbank. Ted Kemper kijkt samen met u welke mogelijkheden er zijn en bijvoorbeeld ook of aan alle formele vereisten is voldaan.